Vandaag was Hagar weer even op het werk. Hagar is mijn collega, waar vorig jaar kanker is geconstateerd. Ik had haar gisteren al even gesproken en afgesproken haar vandaag thuis te brengen en dan een programma te installeren op haar thuiscomputer waarmee ze op het kantoornetwerk kan inloggen.
Hagar is al vanaf vorig jaar bezig met haar gevecht tegen de kanker. Zij heeft uitzaaiingen, was in Nederland al snel uitbehandeld en heeft voor elkaar gekregen dat zij in België wordt behandeld. Die Belgen doen het beter.
Het is ongelooflijk haar verhaal te horen, het is bewonderenswaardig haar vechtlust mee te maken. Het is bizar te horen dat zij weet dat ze deze behandelingen niet eeuwig kan blijven volhouden en op haar 36ste bezig moet zijn met een slechte afloop. En dan vuren haar ogen weer op vol strijdlust.
Ik heb het er moeilijk mee.
Ik kan haar vertellen van de enorme vechtlust van Yvonne en wat dat ons nog aan mooie tijden heeft opgeleverd. Maar als ik die ervaring aan haar doorgeef weten we allebei dat Yvonne uiteindelijk de strijd heeft verloren.
Ik kan haar vertellen hoe wij de laatste maanden hebben doorgebracht en hoe de laatste weken. Maar dat zijn ervaringen waar Hagar nog niet aan wil toegeven, terecht, want zij is daar nog niet aan toe, en moet daar niet te veel mee bezig zijn.
Maar ik kan het ook niet langs me heen laten gaan. Dus blijf ik met haar in contact, soms met een reactie op haar weblog, soms met een bezoek. Uiteindelijk is aandacht vanuit haar omgeving een van de hulpmiddelen waar ook Hagar niet zonder kan.
Blijf maar vechten Hagar. Zo lang je kan.


Laat een reactie achter