Het gaat gelukkig een beetje aan me voorbij, die paasgekte.
Immers vroeger - sprak opa - was Pasen gewoon Pasen. Goed voor een paar vrije dagen.
Nu moet je een Paasontbijt eten (krentenbrood met saffraan), van te voren eieren schilderen en die dan in de tuin verbergen, met als nadeel dat als ze niet worden gevonden het behoorlijk kan gaan stinken.
Het huis moet worden versierd met Paastakken, die op hun beurt weer moeten worden versierd met gekleurde eitjes.
Nog even en de commercie heeft ons zo gek gekregen dat we onder die Paastakken ook cadeautjes moeten stapelen.
Het gaat gelukkig aan mij voorbij.
Niet op elk doofpotje
past een dekseltje.








